Een drukke job als ontwerper en werkgever, een druk gezin en een hoofd dat zelden stilstaat. Geen wonder dat Laura thuis naar rust verlangde. Nina ging kijken hoe ze een directeurswoning uit 1950 een tweede leven gaf, zonder dat het ooit saai werd.
Bewaren wat waarde heeft
Moulures aan de hoge plafonds, versieringen in de ramen, een royale inkomhal met een elegante trap. Het huis heeft het karakter van een manoir, en dat wilde Laura niet kwijt. Ook de haard bleef. Het zijn stukken pure ambacht, en precies dat vakmanschap zocht ze ook voor de nieuwe afwerking: voor elke klus de juiste vakman. Decoratieve stuc met de borstel hier, met de spatel daar, telkens perfect uitgevoerd.
Variatie zonder onrust
De basis is tijdloos en rustig. Daarbovenop speelt Laura met kleine verschillen: meerdere soorten marmer en hout, een mix van schakelaars en stopcontacten, zelf getekende deurgrepen. Glazen deuren in zwart, witgelakt of brons, met staaldraad, kathedraalglas of vlak glas. Het maakt van elke kamer een kleine ontdekking.
Bogen die ruimtes verbinden
De boogvorm loopt als een rode draad door het huis. Zachte rondingen laten keuken en living in elkaar overvloeien, zonder muren te slopen. Glazen deuren houden het licht en de zichtlijnen open. Zo voelt het huis tegelijk statig en hedendaags.
Houtsoorten mengen? Graag.
Het is een misvatting dat houtsoorten niet samen mogen. Het eiland is afgewerkt in gerookte eucalyptus, terwijl de tafel en stoelen veel lichter zijn. De vloer volgt de kleur van de muur en de hoge kasten, zodat niets de aandacht afleidt.
Een thuis om in tot rust te komen
’s Avonds, met de sfeerverlichting aan en de haard die brandt, lukt het echt om te ontspannen. Dat is uiteindelijk wat we voor elk huis willen: een plek die je hoofd even stil laat worden.
Tekst Björn Cocquyt, fotografie Grégoire de Poorter. Het volledige portret lees je hieronder.